Het ensemble benadert deze diepgewortelde herinneringen in een verkennende bewegingstaal, zonder ze echt na te vertellen. In plaats daarvan dient het podium als een laboratorium voor fysiek onderzoek naar verborgen spanningen en de hardnekkigheid van trauma. Het feit dat Radmehr het lichaam zo radicaal centraal stelt, is ook een stille daad van verzet: in een culturele context waarin dans onderworpen is aan beperkingen en verboden, wordt elke beweging een bevestiging van vrijheid.
De choreografie combineert de esthetiek van Perzische bewegingselementen met de dynamiek van hedendaagse dans. De dansers visualiseren emotionele littekens - niet als starre tekenen van pijn, maar als vloeiende, ritmische impulsen. Er worden sequenties gecreëerd die het lichaam uitdagen en uiteindelijk transformeren. Door de abstractie van dans wordt de poging om oude wonden een nieuwe, helende betekenis te geven tastbaar.
Stap voor stap ontstaan er sporen op het toneel die veel verder reiken dan het individu. Door af te zien van picturale eenduidigheid en politieke slogans, creëert de voorstelling een brede associatieve ruimte voor het publiek. Het is een uitnodiging om de transformerende kracht van dans te ervaren - een kunstvorm die het universele verlangen naar vrede verwoordt op een manier die zowel fragiel als krachtig is.
Julia Fuchs - Danseres
Daniella Preap - Danseres
Bartosz Maria Przybylski - danser
Xiao Fu - compositie / laptop
Parichehr Bijani - make-up / styling
Babak Radmehr - artistiek directeur / choreograaf